ECLI:NL:HR:1997:AA3302
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste toepassing WIR-temporiseringsverhoging bij verliesverrekening vennootschapsbelasting
X B.V. maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting 1990 waarbij de Inspecteur de belasting verhoogde met een WIR-temporiseringsverhoging van ƒ 217.976,--. Na verliesverrekening over 1993 werd het belastbaar bedrag op nihil gesteld, maar de Inspecteur handhaafde de verhoging. Het Gerechtshof Arnhem bevestigde deze uitspraak.
X B.V. stelde in cassatie dat de WIR-temporiseringsverhoging beperkt moest worden tot 80% van de investeringsbijdragen, maar de Hoge Raad oordeelde dat volgens de wetsgeschiedenis en de toepasselijke artikelen geen wijziging van de investeringsbijdragen had plaatsgevonden die een herziening van de temporiseringsbeschikkingen rechtvaardigde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee werd bevestigd dat de Inspecteur de WIR-temporiseringsverhoging terecht heeft toegepast zonder beperking bij verliesverrekening.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting inclusief WIR-temporiseringsverhoging wordt gehandhaafd.