ECLI:NL:HR:1997:AA3321
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag inkomstenbelasting na verkoop landbouwgrond met waardeverandering
Belanghebbende exploiteert een varkensbedrijf en verkocht in 1991 een deel van zijn landbouwgrond aan een aannemingsbedrijf voor een bedrag dat aanzienlijk hoger lag dan de agrarische waarde. De koopakte bevatte een gebruiksvoorbehoud tot 1996. Het gebied was volgens het gemeentelijk structuurplan bestemd als woongebied.
Het geschil betrof de vraag of de waardeverandering van de grond niet vrijgesteld was van belasting omdat deze samenhing met een toekomstige bestemmingswijziging buiten het landbouwbedrijf, zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 letter Pro b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof oordeelde dat er een redelijke kans bestond dat de grond binnenkort anders zou worden gebruikt en verminderde de aanslag dienovereenkomstig.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof, waarbij het feitelijk oordeel over de waarschijnlijkheid van de bestemmingswijziging niet in cassatie wordt getoetst. Ook het tweede middel faalde. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en verwierp het cassatieberoep, waarmee het Hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vermindering van de aanslag inkomstenbelasting over 1991.