ECLI:NL:HR:1997:AA3326
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over waardering landbouwgrond bij successie en verwijst terug
Belanghebbende, de halfzuster en enige erfgenaam van A, overleed op 5 februari 1992. Zij kreeg een agrarisch bedrijf uit de nalatenschap, dat zij voortzette. De Inspecteur stelde de waarde van de verkrijging van onroerende zaken en melkquotum vast op de waarde in het economische verkeer. Belanghebbende voerde aan dat de waardering volgens de Resolutie van 30 juni 1987 moest plaatsvinden, waarbij landbouwgrond wordt gewaardeerd in verpachte staat indien het bedrijf wordt voortgezet.
Het hof vernietigde het bezwaar van belanghebbende niet en beperkte de vrijstelling tot een bedrag van ƒ 244.970,-. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het begunstigende beleid van de Resolutie bedoeld is om bedrijfsopvolging binnen families te vergemakkelijken door lagere waardering van landbouwgrond, en dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat ook overdrachten aan niet-verwante personen onder dezelfde voorwaarden vallen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak voor nader onderzoek naar de waarde in verpachte staat van de onroerende goederen, met uitzondering van het woonhuis. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak zal door het hof te 's-Hertogenbosch verder worden behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de waardering van landbouwgrond in verpachte staat.