ECLI:NL:HR:1997:AE3163
Hoge Raad
- Cassatie
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar vennootschapsbelasting 1990 wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een boete wegens niet tijdige aangifte. Het bezwaar tegen deze aanslag werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de termijn zoals bedoeld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
X B.V. ging in beroep bij het Hof, dat de niet-ontvankelijkverklaring bevestigde. Vervolgens stelde X B.V. beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en bracht vijf middelen van cassatie naar voren. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Ook werden geen proceskosten aan X B.V. opgelegd.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens overschrijding van de termijn. Dit arrest werd op 23 april 1997 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding.