Uitspraak
deze situatiedat de hiervoor bedoelde vraag moet worden beantwoord.
21 februari 1997.
Hoge Raad
De vrouw werd vanaf 1984 behandeld door een gynaecoloog die een spiraaltje plaatste en later verwijderde zonder het opnieuw te plaatsen, zonder haar hiervan op de hoogte te stellen. Hierdoor raakte zij onbedoeld zwanger en kreeg in 1987 een kind terwijl zij en haar echtgenoot geen verdere kinderen wensten. De vrouw vorderde een schadevergoeding voor onder meer kosten van baby-uitzet, loonderving, opvoedingskosten tot het achttiende jaar, immateriële schade en proceskosten.
De Rechtbank wees enkele posten toe, maar wees vergoeding van loonderving en immateriële schade af. Het Hof oordeelde dat kosten van verzorging en opvoeding slechts in bijzondere omstandigheden vergoed kunnen worden en wees loonderving en immateriële schade af. De Hoge Raad stelde vast dat de aansprakelijkheid van de arts voor deze kosten in het stelsel van de wet past en dat de wettelijke verplichting van ouders tot verzorging en opvoeding niet aan vergoeding in de weg staat.
De Hoge Raad verwierp bezwaren tegen vergoeding van deze kosten, zoals het ontkennen van het bestaansrecht van het kind of psychische schade door het kind. Ook het argument van voordeelstoerekening werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat inkomensderving als gevolg van zwangerschap in beginsel ook voor vergoeding in aanmerking komt, mits de keuze om niet te werken redelijk is. Immateriële schade werd door het Hof terecht afgewezen. Het arrest vernietigt het Hofarrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Hof Arnhem.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de arts aansprakelijk is voor de kosten van verzorging en opvoeding van het kind en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Hof Arnhem.