Uitspraak
[vestigingsplaats].
8 april 1997.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder een duidelijk zichtbare parkeervergunning. De Kantonrechter te Zutphen had het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de sanctie vernietigd op grond van strijd met het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.
De Officier van Justitie had de gedragsomschrijving en het sanctiebedrag gewijzigd, maar de Kantonrechter bleef bij zijn oordeel dat het opleggen van de sanctie onrechtmatig was. De Hoge Raad oordeelt echter dat het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden doordat verschillende gemeenten verschillende parkeerregimes hanteren, waardoor de gevolgen van het niet zichtbaar hebben van een vergunning kunnen verschillen.
De Hoge Raad stelt dat gelijke gevallen binnen hetzelfde regime gelijk behandeld moeten worden, maar dat dit niet geldt voor situaties onder verschillende regimes. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis van de Kantonrechter en verwijst de zaak terug naar die rechtbank voor nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Kantonrechter en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.