Uitspraak
[woonplaats].
1.De bestreden beschikking
2.Geding in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
4.Beslissing
6 oktober 1998.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te Arnhem waarin het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel door het Openbaar Ministerie te Leeuwarden ongegrond werd verklaard. Het dwangbevel was uitgevaardigd op 18 september 1995.
De Hoge Raad stelt vast dat het dwangbevel niet door het bevoegde openbaar ministerie is uitgevaardigd. Volgens artikel 575 lid 2 Sv Pro moet het dwangbevel worden uitgevaardigd door het OM dat belast is met de tenuitvoerlegging van het vonnis of arrest. Aangezien de zaak in hoger beroep bij het hof Arnhem speelde, was het OM Leeuwarden niet bevoegd tot uitvaardiging van het dwangbevel.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking, verklaart het verzet tegen het dwangbevel gegrond en bepaalt dat het door de veroordeelde in consignatie gegeven bedrag zal worden gerestitueerd. De Hoge Raad handelt de zaak zelf af omdat na vernietiging geen andere beslissing mogelijk is dan gegrondverklaring van het verzet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verklaart het verzet tegen het dwangbevel gegrond.