ECLI:NL:HR:1998:AA2279
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag accijns wegens geoorloofde saldering voorraadverschillen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag accijns opgelegd over 1993 vanwege geconstateerde voorraadverschillen in haar accijnsgoederenplaats. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar, en het hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende had de meerbevindingen en minderbevindingen in haar administratie gesaldeerd, ongeacht het soort accijnsgoederen, mits onder hetzelfde tarief.
Het hof oordeelde dat saldering niet was toegestaan en dat sprake was van uitslag in de zin van artikel 88 van Pro de Wet op de accijns. De Hoge Raad stelde echter dat onder vermis het onverklaarde verschil tussen administratieve en feitelijke voorraad moet worden verstaan, waarbij alle accijnsgoederen onder hetzelfde tarief betrokken mogen worden. Bij een deugdelijke administratie is het geoorloofd om meer- en minderbevindingen te salderen om dubbele heffing te voorkomen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof, de uitspraak van de Inspecteur en de naheffingsaanslag. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Hiermee werd de aanslag definitief afgewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns wordt vernietigd wegens geoorloofde saldering van voorraadverschillen.