ECLI:NL:HR:1998:AA2280
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over informele kapitaalstortingen en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een Europese houdstervennootschap binnen een internationaal concern, werd geconfronteerd met een aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 1989/1990. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar, waarbij betalingen door de Japanse moedermaatschappij B Corp. aan uitgezonden werknemers in Nederland niet als informele kapitaalstortingen werden erkend.
Het Hof Arnhem bevestigde dit standpunt, stellende dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat deze betalingen als informele kapitaalstortingen konden worden aangemerkt. Het Hof hechtte geen doorslaggevende waarde aan een schriftelijke verklaring van belanghebbende, mede omdat deze achteraf was opgesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd bij de beoordeling van de aard van de betalingen en onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaring geen betekenis had. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onvoldoende had onderzocht of belanghebbende op grond van bijzondere omstandigheden mocht vertrouwen op afstemming tussen verschillende belastinginspecteurs.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor volledige herbehandeling, met inachtneming van de overwegingen in dit arrest. Tevens werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed en de Staatssecretaris in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor herbehandeling.