ECLI:NL:HR:1998:AA2291

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33297
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Bellaart
  • Van Brunschot
  • Meij
  • Van Vliet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Arnhem inzake vennootschapsbelasting 1994

X B.V. kreeg voor het jaar 1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar bedrag van 38.351 gulden. Tegen deze vermindering ging X B.V. in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de aanslag bevestigde.

X B.V. stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het vonnis van het hof. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Verder wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af, aangezien geen gronden aanwezig waren voor een dergelijke veroordeling op grond van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het arrest werd op 10 juni 1998 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem wordt bevestigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 27 maart 1997 betreffende de haar voor het jaar 1994 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1994 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspec teur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar bedrag van f 38.351,--. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep geko men bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoog schrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechter lijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikke ling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 10 juni 1998 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Bellaart, Van Brunschot, Meij en Van Vliet, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.