ECLI:NL:HR:1998:AA2298

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33750
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Stoffer
  • raadsheer Fleers
  • raadsheer Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift na termijn in schenkingsaanslag

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch dat een bezwaarschrift tegen een aanslag in het recht van schenking niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. De Inspecteur had het bezwaarschrift ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard en de aanslag verminderd. Het Hof bevestigde deze beslissing en oordeelde dat het bezwaarschrift niet binnen de gestelde termijn was ingediend en dat geen uitzonderingssituatie van artikel 6:11 Awb Pro van toepassing was.

De Hoge Raad stelde vast dat de klachten van belanghebbende berusten op een onjuiste lezing van het hof en dat de oordelen van het hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatten. De Hoge Raad ging omwille van proceseconomie voorbij aan een wijziging in de schriftelijke uitspraak van het hof en verwierp het cassatieberoep omdat de klachten niet konden leiden tot vernietiging of vermindering van de aanslag.

Daarnaast wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het arrest werd op 30 september 1998 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 30 juli 1997 betreffende de na te melden aanslag in het recht van schenking.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Terzake van een schenking door belanghebbende aan A is een aanslag in het recht van schenking opgelegd naar een verkrijging van f 286.000,--. De Inspecteur heeft het daartegen ingediende bezwaarschrift niet- ontvankelijk verklaard en de aanslag ambtshalve verminderd tot een aanslag naar een verkrijging van f 276.000,--. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof, beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten 3.1. Voorzover aan belanghebbendes klachten ten grondslag ligt dat het Hof zou hebben geoordeeld dat de onderwerpelijke aanslag is opgelegd aan X, berusten zij op een verkeerde lezing van 's Hofs uitspraak en falen zij derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het Hof heeft - in afwijking van de mondelinge uitspraak - geoordeeld dat de aanslag is opgelegd aan A. 3.2. In 's Hofs uitspraak ligt besloten het oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat tegen de onderwerpelijke aanslag binnen de daarvoor gestelde termijn een bezwaarschrift is ingediend, alsmede het oordeel dat zich met betrekking tot het na afloop van de bezwaartermijn ingediende bezwaarschrift niet een geval voordoet als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Deze oordelen, die geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting, zijn in cassatie niet bestreden, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Dat brengt mede dat de voor het Hof bestreden uitspraak van de Inspecteur, waarbij het na afloop van de bezwaartermijn tegen de aanslag ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk is verklaard, juist is. 3.3. De Hoge Raad gaat - omwille van de proceseconomie - voorbij aan de bij de vervanging van de mondelinge uitspraak door de schriftelijke uitspraak aangebrachte wijziging. Het cassatieberoep wordt verworpen, omdat belanghebbendes klachten uiteindelijk niet kunnen leiden tot vernietiging of vermindering van de aanslag.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 30 september 1998 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Fleers en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Boorsma, en op die datum in het openbaar uitgesproken.