ECLI:NL:HR:1998:AA2323
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over inbaarheid van loon bij faillissement werkgever
Belanghebbende was in dienst bij A Ltd. en ontving in 1991 niet alle salaristermijnen, hoewel loonbelasting en premie volksverzekeringen wel werden ingehouden en afgedragen. Het hof oordeelde dat het loon inbaar was in 1991, omdat belanghebbende vrijwillig akkoord zou zijn gegaan met latere betaling. De Hoge Raad stelde echter dat het hof onvoldoende inzicht gaf in zijn motivering en onduidelijk bleef of het begrip 'inbaar' correct werd toegepast volgens de maatstaf dat betaling zonder verwijl zou moeten plaatsvinden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Daarbij werd aangegeven dat het loon tot het bedrag van de ingehouden loonbelasting als genoten moet worden beschouwd, en dat niet-betaalde salarissen die niet inbaar waren, niet in de belastingheffing over 1991 betrokken mogen worden maar over het jaar van daadwerkelijke betaling.
Verder werd bepaald dat de ingehouden loonbelasting als voorheffing volledig moet worden verrekend, ook als achteraf blijkt dat een deel van het loon niet was genoten. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van proceskosten en griffierecht voor belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.