ECLI:NL:HR:1998:AA2341
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslevering familielening bij inkomstenbelastingaanslag 1993
Belanghebbende, die sinds 1 april 1993 een detailhandel in textiel drijft, kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van 27.032 gulden. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en verlaagde het belastbaar inkomen tot 13.758 gulden. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat een familielening van 15.000 gulden daadwerkelijk was verstrekt ter financiering van werkkapitaal. De Inspecteur had het belastbare inkomen verhoogd met dit bedrag omdat de lening niet was bewezen. Belanghebbende had echter verklaringen en correspondentie overgelegd, waaronder antwoorden op vragen van de Inspecteur, hoewel aanvankelijk niet binnen de gestelde termijnen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende voldoende bewijs had geleverd dat de lening was verstrekt en dat de aanslag daarom te hoog was vastgesteld. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de aanslag wordt verminderd op grond van voldoende bewijs van de familielening.