ECLI:NL:HR:1998:AA2379
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie geldlening en premie-obligatie bij belastingaanslag 1993
Belanghebbende werd voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van 181.437 gulden, waarvan 100.000 gulden belast werd tegen het bijzondere tarief. Na bezwaar werd de aanslag gehandhaafd en het beroep bij het Hof Arnhem verworpen. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de overeenkomst tussen belanghebbende en de Stichting B kwalificeert als een geldlening, ook al werd naast de kans op een premie geen rente genoten. Het verband van de prijs met de geldlening was doorslaggevend voor de vraag of sprake was van een kansspel of premielening. Tevens was het niet relevant dat de premie mede gefinancierd werd uit ingelegde bedragen die niet voor teruggaaf in aanmerking kwamen.
De overige middelen van belanghebbende faalden eveneens. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en verwierp het beroep in cassatie. Hiermee werd het arrest van het Hof bevestigd en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Hof Arnhem betreffende de aanslag inkomstenbelasting 1993.