ECLI:NL:HR:1998:AA2385
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-verrekening verliezen na staking onderneming en aandelenoverdracht
X B.V. kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd op een belastbaar bedrag van f 177.560,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd deze aanslag verminderd tot f 149.072,--. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen deze uitspraak.
Belanghebbende had sinds oprichting een onderneming gedreven en vormde een fiscale eenheid met dochtervennootschappen. In 1977 werd besloten tot stopzetting van alle ondernemingsactiviteiten, waarna de directeur A tot zijn overlijden in 1988 de geleidelijke beëindiging voortzette. Na zijn overlijden werden de aandelen overgedragen aan erfgenamen en vervolgens aan een bank, terwijl geen onderneming meer werd gedreven.
Het geschil betrof de vraag of verliezen geleden vóór de aandelenoverdracht nog verrekend konden worden met winst uit 1990. Het Hof oordeelde dat de onderneming op 2 april 1988 was gestaakt en dat verliezen uit 1986 en 1987 als resultaten van een onderneming in liquidatie moesten worden beschouwd. Op grond van artikel 20, lid 5, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kunnen deze verliezen niet worden verrekend met latere winst.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Tevens worden geen proceskosten aan de Staat toegekend. Het arrest is op 28 januari 1998 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen; verliezen uit de liquidatiefase kunnen niet worden verrekend met winst uit 1990.