ECLI:NL:HR:1998:AA2392
Hoge Raad
- Cassatie
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in vennootschapsbelastingzaak over verliesverrekening en voorziening
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte deel uit van een fiscale eenheid en had een voorziening gevormd voor vermoedelijke oninbaarheid van een lening verstrekt aan een dochtervennootschap, C B.V. De Inspecteur weigerde deze voorziening te erkennen en kwalificeerde de rente-ontvangst als deelnemingsdividend. Het Hof Den Haag bevestigde dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de voorziening niet ten laste van de winst mocht worden gebracht. Het Hof had nader cijfermatig moeten onderzoeken in hoeverre de gewijzigde investeringslasten en lening de betalingscapaciteit van C B.V. belemmerden, mede gelet op een gewijzigde exploitatiebegroting.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens worden de proceskosten en griffierechten toegewezen aan belanghebbende.
Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en op 28 januari 1998 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere behandeling.