ECLI:NL:HR:1998:AA2393
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing samenwonersvrijstelling successierecht wegens ontbreken gemeenschappelijk hoofdverblijf
Belanghebbende kreeg een aanslag successierecht opgelegd over haar verkrijging uit de nalatenschap van haar broer. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd omdat het hof oordeelde dat geen sprake was van een gemeenschappelijk hoofdverblijf tussen belanghebbende en de erflater.
Het hof verwees naar een eerder arrest van de Hoge Raad en stelde dat zonder gemeenschappelijk hoofdverblijf ook geen sprake kan zijn van een gezamenlijke huishouding, waardoor de samenwonersvrijstelling niet van toepassing is. Belanghebbende voerde in cassatie aan dat de inschrijving in het bevolkingsregister slechts formeel was en geen zelfstandigheid beoogde, maar dit verweer werd niet ontvankelijk verklaard omdat het een feitelijke beoordeling betreft.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de feiten niet in cassatie kunnen worden onderzocht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag successierecht blijft gehandhaafd wegens het ontbreken van een gemeenschappelijk hoofdverblijf.