ECLI:NL:HR:1998:AA2398
Hoge Raad
- Cassatie
- De Moor
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting 1995 na beroep en cassatie
Belanghebbende, X B.V., kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 1995 ter hoogte van 150.586 gulden. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Vervolgens werd beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag bevestigde. Hiertegen stelde X B.V. cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Volgens artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde het middel geen nadere motivering omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidde.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af, omdat geen gronden aanwezig waren voor een dergelijke veroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het arrest werd op 28 januari 1998 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de raadsheren De Moor, Meij en Van Vliet, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Van Hooff.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting 1995 blijft gehandhaafd.