ECLI:NL:HR:1998:AA2404
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens ontbreken machtiging
In deze zaak heeft Y, zich voordoend als gemachtigde van X B.V., een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage betreffende een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van 24 november 1987 tot en met 31 december 1991.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie en stelde vast dat het beroepschrift niet was voorzien van een machtiging van X B.V. voor Y om het beroep in cassatie in te dienen. Ondanks een aangetekende brief van de Griffier waarin Y werd verzocht alsnog de machtiging te overleggen, heeft Y hier geen gehoor aan gegeven.
Daarom verklaarde de Hoge Raad Y niet-ontvankelijk in het beroep. Tevens werden geen proceskosten aan Y opgelegd. Het arrest werd op 21 januari 1998 vastgesteld door de raadsheren Van Brunschot, Meij en Van Vliet en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van Y wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.