ECLI:NL:HR:1998:AA2411
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale behandeling van diensten aan buitenlandse reders voor schadeclaims
Belanghebbende exploiteert een bureau dat expertisediensten verleent op scheeps- en werktuigkundig gebied, met name aan buitenlandse reders die schadeclaims hadden vanwege schade veroorzaakt door hun schepen in Nederlandse havens.
Belanghebbende had bij bezwaar teruggaaf van omzetbelasting gevraagd over diensten die zij aan deze buitenlandse reders had geleverd. De Inspecteur weigerde teruggaaf, maar het Hof vernietigde deze beslissing en kende de teruggaaf toe, stellende dat de diensten niet specifiek op onroerende of roerende zaken betrekking hadden en daarom niet in Nederland waren verricht.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, maar de Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de diensten onder artikel 6 lid 2 onderdeel Pro d punt 3 van de Wet op de omzetbelasting 1968 vielen en dat de diensten niet in Nederland waren verricht. Het cassatieberoep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de teruggaaf van omzetbelasting aan belanghebbende bevestigd.