ECLI:NL:HR:1998:AA2424
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vraagt HvJ EU over omzetbelasting op gelegenheid bieden tot verkoop van softdrugs
Belanghebbende exploiteert een coffeeshop waar een derde, de huisdealer, softdrugs verkocht. Belanghebbende ontving hiervoor een vergoeding die als tafelhuur werd geboekt, maar betaalde hierover geen omzetbelasting. Het Hof van Amsterdam vernietigde de naheffingsaanslag voor het deel enkelvoudige belasting en oordeelde dat belanghebbende zodanig betrokken was bij de illegale handel dat de prestatie buiten de omzetbelasting valt.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad bevestigde dat belanghebbende een dienst verrichtte door gelegenheid te bieden tot de verkoop van softdrugs, maar dat het Hof van Justitie in een eerder arrest had bepaald dat illegale levering van verdovende middelen geen omzetbelastingplicht creëert.
De Hoge Raad stelde vast dat het strafrechtelijk verbod op het verhandelen van softdrugs en het bieden van gelegenheid daartoe in overeenstemming is met internationale verdragen. De vraag rees of ook de dienst van gelegenheid bieden onder de omzetbelastingvrijstelling valt.
De Hoge Raad besloot deze vraag voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en schorstte de procedure totdat het Hof uitspraak doet. Hiermee wordt duidelijkheid gevraagd over de reikwijdte van de Zesde Richtlijn omzetbelasting in relatie tot illegale handelingen.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de omzetbelastingplicht voor het gelegenheid bieden tot verkoop van cannabisproducten.