ECLI:NL:HR:1998:AA2505
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over kinderbijslag bij co-ouderschap en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg voor 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, waarbij discussie ontstond over het recht op kinderbijslag voor zijn zoon in een situatie van co-ouderschap na echtscheiding.
Het hof had geoordeeld dat de kinderbijslag uitsluitend aan de ex-echtgenote was uitbetaald op grond van artikel 18, lid 5, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), maar de Hoge Raad stelde vast dat deze uitleg onjuist was omdat de zoon deel uitmaakte van twee afzonderlijke huishoudens.
De Hoge Raad benadrukte dat de regeling voor co-ouderschap pas vanaf 1995 expliciet in het Samenloopbesluit kinderbijslag is opgenomen en dat het hof had moeten onderzoeken waarom belanghebbende geen kinderbijslag ontving, bijvoorbeeld vanwege feitelijke verblijfsituaties of afspraken met de Sociale Verzekeringsbank.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van de gegeven richtlijnen.
Proceskosten werden niet toegewezen en een reeds betaalde griffierechtvergoeding werd terugbetaald aan de Staatssecretaris van Financiën.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het recht op kinderbijslag bij co-ouderschap.