ECLI:NL:HR:1998:AA2506
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over naheffingsaanslag omzetbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit diverse ondernemingen actief in goederentransport en containerhandel, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over juni tot november 1990. De aanslag betrof correcties wegens het onterecht toepassen van het nultarief op containerleveringen waarvan de uitvoer niet kon worden aangetoond. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag verminderd, maar de verhoging bleef deels gehandhaafd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat belanghebbende het bewijs van uitvoer aan de hand van boeken en bescheiden moest leveren, terwijl deze administratie in beslag was genomen en niet volledig was teruggegeven. Hierdoor was de bewijslast onjuist verdeeld; de Inspecteur had het bewijs moeten leveren dat het algemene tarief van toepassing was.
Verder stelt de Hoge Raad vast dat het gerechtelijk vooronderzoek, waarbij de belastingdienst betrokken was, het begin van de redelijke termijn voor het opleggen van de naheffingsaanslag bepaalt. De overschrijding van deze termijn leidt echter niet tot verval van de verhoging gezien de complexiteit van de zaak.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor volledige herbeoordeling. Tevens worden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het arrest.