ECLI:NL:HR:1998:AA2533

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 augustus 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33397
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • De Moor
  • Van Brunschot
  • Meij
  • Van Vliet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenUitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting 1988-1991

X B.V. kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode van 1 januari 1988 tot en met 31 december 1991 ter hoogte van 23.184 gulden, zonder verhoging. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag. X B.V. ging in beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de aanslag bevestigde.

Tegen deze uitspraak stelde X B.V. beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroepschrift en het verweer van de Staatssecretaris van Financiën ontvangen en de zaak laten toelichten door de raadsman van X B.V.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werden geen proceskosten aan de zijde van de Staat opgelegd.

De Hoge Raad wees het beroep van X B.V. af en bevestigde daarmee de uitspraak van het gerechtshof. Het arrest werd op 26 augustus 1998 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is verworpen.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ës-Gravenhage van 7 mei 1997 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1988 tot en met 31 december 1991 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van f 23.184,- -, zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden. Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr R. Vos, advocaat te Amstelveen.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 26 augustus 1998 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren De Moor, Van Brunschot, Meij en Van Vliet, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en in het openbaar uitgesproken.