ECLI:NL:HR:1998:AA2540
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek kosten kantoorruimte registerloods
Belanghebbende, een registerloods werkzaam in Zuidwest-Nederland, voerde in 1990 zijn werkzaamheden uit als niet-beherend vennoot in een maatschap. Hij beschikte over een kantoorruimte in zijn woning, waar hij onder meer administratieve werkzaamheden verrichtte en via telefoon en fax op de hoogte werd gesteld van zijn werkzaamheden.
De kern van het geschil betrof de vraag of de kosten van deze kantoorruimte in aftrek konden worden gebracht bij de winstbepaling. Het Hof oordeelde dat de belastingplichtige alleen recht heeft op aftrek als hij zijn werkzaamheden grotendeels vanuit die kantoorruimte organiseert en administratief begeleidt. Het Hof achtte aannemelijk dat de feitelijke organisatie en administratie door de beherend vennoot en loodsposten plaatsvond, en dat de belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij dat vanuit zijn woning deed.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat de in de kantoorruimte verrichte werkzaamheden kwalitatief en kwantitatief van voldoende betekenis moeten zijn voor het geheel van de werkzaamheden. De Hoge Raad vond dat het Hof een juiste rechtsopvatting had toegepast en dat de beoordeling van de feiten niet in cassatie kan worden getoetst. Het beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de kosten van de kantoorruimte niet grotendeels aftrekbaar zijn.