ECLI:NL:HR:1998:AA2541
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt Nederlandse vestiging en omzetbelastingplicht van houdstermaatschappij
Belanghebbende, een houdster- en financieringsmaatschappij, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1989. De Inspecteur stelde dat belanghebbende als ondernemer in Nederland handelde. Het Hof vernietigde de aanslag deels en matigde deze, maar bevestigde dat belanghebbende in Nederland gevestigd was.
De Hoge Raad overwoog dat de activiteiten van belanghebbende, hoewel feitelijk uitgevoerd door een advieskantoor in Zwitserland, onder de Nederlandse Wet op de omzetbelasting 1968 vallen. Het Hof had terecht geoordeeld dat de activiteiten niet uitsluitend bestonden uit adviesdiensten zoals bedoeld in de wet en dat belanghebbende als ondernemer moest worden aangemerkt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat belanghebbende in Nederland gevestigd is, mede gelet op het handelsregister en de feitelijke leiding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 26 augustus 1998 uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft van kracht.