ECLI:NL:HR:1998:AA2550
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijstelling belasting personenauto bij beperkte invloed bestuurder op registratie
De zaak betreft een geschil over de weigering van de Inspecteur om belanghebbende vrijstelling van belasting te verlenen voor een in België geregistreerde personenauto die belanghebbende, gedelegeerd bestuurder van een dochtermaatschappij, ook privé mocht gebruiken.
Belanghebbende was werknemer van D B.V. en tevens gedelegeerd bestuurder van C N.V., een Belgische dochtermaatschappij. De Inspecteur verleende eerder een beperkte vrijstelling maar weigerde een ruimere vrijstelling op grond van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde deze weigering en kende de vrijstelling toe.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, stellende dat belanghebbende als gedelegeerd bestuurder invloed had op de registratieplaats van de auto en daarom niet in aanmerking kwam voor de ruimere vrijstelling. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat belanghebbende geen beslissende invloed had op de registratieplaats, mede vanwege een tegenstrijdig belang en statutaire bepalingen die deelname aan de besluitvorming uitsloten.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat werkzaamheden voor andere groepsmaatschappijen buiten Nederland meewegen bij de beoordeling van de hoofdzakelijke zakelijke buitenlands gebruiksbestemming van de auto. Het beroep van de Staatssecretaris werd verworpen en de kosten werden aan de Staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de vrijstelling van belasting wordt bevestigd.