ECLI:NL:HR:1998:AA2568
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake aftrekbaarheid rentedragende schulden bij inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1991, waarbij de aftrek van rentedragende schulden door de Inspecteur deels was toegestaan en door het Hof werd bevestigd. De rentedragende schulden betroffen rente die bij de hoofdsom was bijgeschreven en niet in geld was voldaan.
De Hoge Raad overwoog dat rentedragende rente, hoewel niet betaald, voor de inkomstenbelasting als voldaan moet worden beschouwd tegen de waarde in het economische verkeer, waarbij de kans op aflossing moet worden geschat. Het Hof had deze kans op 51% gesteld, maar had onvoldoende rekening gehouden met de civielrechtelijke kwalificatie van de reeds verrichte betalingen en de aard van de rekening-courant verhouding.
De Hoge Raad stelde dat de schatting van de kans op aflossing telkens bij het moment van rentedragend worden van de rente moet plaatsvinden met inachtneming van de civielrechtelijke situatie, waaronder de voorwaarden van de kredietovereenkomst en de werking van verrekening in een rekening-courant.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de civielrechtelijke kwalificatie van betalingen.