ECLI:NL:HR:1998:AA2597
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep Staatssecretaris inzake inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ruim 11 miljoen gulden, waarvan een groot deel belast werd volgens artikel 57a, lid 2, Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag vernietigde en het belastbaar inkomen stelde op een negatief bedrag van 8.346 gulden.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op 2.840 gulden voor rechtsbijstand, en legde een recht van 315 gulden op aan de Staatssecretaris voor het cassatieberoep. Het arrest werd op 16 december 1998 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.