ECLI:NL:HR:1998:AA2598
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing over inkomsten technische bijstand in Rusland
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van f 382.723,--. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Belanghebbende voerde in cassatie aan dat zijn inkomsten uit werkzaamheden als zelfstandig consulent voor de olie-industrie in Rusland, verricht in het kader van het EU-hulpprogramma TACIS, niet belastbaar waren in Nederland.
Hij baseerde zich op artikel 6, lid 3, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 2157/91 en artikel 5, lid 1, van Annex E bij het TACIS-contract, die volgens hem vrijstelling van belasting voor dergelijke inkomsten beoogden. Het Hof oordeelde echter dat deze bepalingen geen vrijstelling van Nederlandse inkomstenbelasting bieden en dat de inkomsten terecht in het Nederlandse belastbare inkomen zijn begrepen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat er geen aanleiding was om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen. De proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. Het arrest werd op 16 december 1998 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de belastingaanslag over de inkomsten uit technische bijstand in Rusland.