ECLI:NL:HR:1998:AA2599
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardeverandering ondergrond bedrijfsgebouwen na staking landbouwbedrijf voor inkomstenbelasting
Belanghebbende had voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen, die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd. Na eerdere procedures werd de zaak door de Hoge Raad terugverwezen naar het Hof te 's-Hertogenbosch. Dit Hof stelde vast dat de waardestijging van de ondergrond van de bedrijfsgebouwen niet voldoende verband hield met de gewijzigde bestemming voor woondoeleinden.
De Hoge Raad oordeelde dat de staking van het landbouwbedrijf en het voortgezet gebruik van de bedrijfsgebouwen voor bewoning en hobby een feitelijke wijziging in de aanwending van de grond betekende. Deze wijziging valt onder artikel 8, lid 1, letter b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en leidt tot een belastbare waardeverandering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde de aanslag van de Inspecteur, omdat de waardeverandering van ten minste f 9.050,-- gerealiseerd was. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag inkomstenbelasting van belanghebbende over 1989 wegens belastbare waardeverandering van de ondergrond na staking van het landbouwbedrijf.