ECLI:NL:HR:1998:AA2721

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33824
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Stoffer
  • raadsheer Fleers
  • raadsheer Pos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen vermindering aanslag inkomstenbelasting 1993

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van 130.719 gulden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag vernietigde en verminderde tot een aanslag gebaseerd op een belastbaar inkomen van 115.939 gulden.

Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad met twee middelen. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het arrest werd op 2 december 1998 in het openbaar uitgesproken door de vice-president Stoffer en raadsheren Fleers en Pos, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Boorsma.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vermindering van de aanslag inkomstenbelasting 1993.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 22 augustus 1997 betreffende de aan hem voor het jaar 1993 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 130.719,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak door de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van f 115.939,--.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen van cassatie voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 2 december 1998 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Fleers en Pos, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Boorsma op die datum in het openbaar uitgesproken.