ECLI:NL:HR:1998:AA4648
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake aanslag inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 604.582,--, waarvan ƒ 138.976,-- belast werd volgens artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad met twee middelen van cassatie. De Staatssecretaris van Financiën bestreed dit cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af, omdat daarvoor geen gronden aanwezig waren. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd vastgesteld door de vice-president en raadsheren en op 20 januari 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1991 wordt verworpen.