ECLI:NL:HR:1998:AE3815
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar vennootschapsbelasting 1990
Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van f 1.182.870,--. Het bezwaar tegen deze aanslag werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep.
X B.V. stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en bracht vier middelen van cassatie naar voren. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan partijen. Het arrest werd vastgesteld en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 1998 door de vice-president Jansen, met de raadsheren Van der Putt-Lauwers en Meij, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Van Hooff.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar blijft gehandhaafd.