ECLI:NL:HR:1998:AE4717
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek afschrijving onroerende zaak bij inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende, enig directeur en meerderheidsaandeelhouder van een BV, had voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar het Hof bevestigde de aanslag in hoger beroep. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende een bedrag ter zake van afschrijving op een onroerende zaak, waarin hij en zijn zoon vruchtgebruik hadden, in mindering mocht brengen bij de bepaling van zijn belastbaar inkomen. Het Hof oordeelde dat het streven naar maximale duur van het vruchtgebruik erop wijst dat geen positieve zuivere inkomsten uit de onroerende zaak werden beoogd, en dat het vermoeden bestaat dat de onroerende zaak geen bron van inkomen vormt voor belanghebbende.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het vermoeden dat de onroerende zaak geen bron van inkomen vormt niet door belanghebbende was weerlegd. Ook de bewijslastverdeling was correct en het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat belanghebbende geen aftrek van afschrijving op de onroerende zaak mag toepassen.