ECLI:NL:HR:1999:AA1054
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bescherming verkeersslachtoffers bij nietigheid WA-verzekering
In deze zaak staat centraal of een verzekeraar zich tegenover benadeelden en het Waarborgfonds kan beroepen op de nietigheid van een WA-verzekering die na een aanrijding met terugwerkende kracht is gesloten. Op 31 mei 1988 vond een aanrijding plaats tussen een personenauto en een bromfiets, waarbij de automobilist aansprakelijk was. Vervolgens sloot de verzekeraar Aegon een WA-verzekering af met ingang van 30 mei 1988, zonder te melden dat de aanrijding al had plaatsgevonden.
Het Waarborgfonds betaalde de schade aan het slachtoffer en het ziekenfonds en vorderde deze bedragen van Aegon. Zowel de Rechtbank als het Gerechtshof wezen de vordering toe. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat op grond van artikel 11 WAM Pro geen beroep op nietigheid van de verzekeringsovereenkomst kan worden gedaan tegenover benadeelden en het Waarborgfonds. Dit beschermt de belangen van verkeersslachtoffers.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van Aegon en benadrukt dat de registratie van de verzekering bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer niet ten onrechte is geschied, omdat de bescherming van benadeelden anders zou worden ondermijnd. Aegon wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat Aegon zich niet kan beroepen op nietigheid van de WA-verzekering tegenover het Waarborgfonds.