ECLI:NL:HR:1999:AA2623
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek extra pensioenvoorziening wegens ontbreken zakelijke grondslag
X B.V. kreeg voor 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van f 13.620,--, gebaseerd op een niet aanvaarde extra pensioenvoorziening van f 10.835,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag verminderd tot f 13.395,--. De discussie betrof de vraag of de extra dotatie aan de pensioenvoorziening, voortvloeiend uit het vervroegen van de pensioenleeftijd van 65 naar 60 jaar voor de directeur A, ten laste van de winst mocht worden gebracht.
Het Hof oordeelde dat de verlaging van de pensioenleeftijd niet op een zakelijke grondslag berustte, omdat een arbeidsverhouding tussen A en X B.V. ontbrak na diens vertrek als werknemer. Dit oordeel werd door de Hoge Raad als feitelijk en niet onbegrijpelijk bevestigd, waarmee het cassatieberoep faalde.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en stelde het arrest op 10 november 1999 in het openbaar vast. Hiermee blijft de aanslag gehandhaafd zonder aftrek van de extra pensioenvoorziening.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de extra pensioenvoorziening niet aftrekbaar is wegens ontbreken zakelijke grondslag.