ECLI:NL:HR:1999:AA2627
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing overgangsregeling vrijstelling vennootschapsbelasting voor woningen in aanbouw
In deze zaak stond centraal of de besloten vennootschap X B.V. recht had op een vrijstelling in de vennootschapsbelasting op grond van een overgangsregeling uit de Wet van 12 december 1991. De zaak betrof woningen die op 31 december 1991 in aanbouw waren en waarvoor bouwvergunningen en toelatingen tot subsidies waren verleend.
De rechtbank had de aanslag verminderd tot nihil, maar de Staatssecretaris tekende beroep aan. Het Hof oordeelde dat de woningen in aanbouw als reeds verkregen moesten worden beschouwd voor toepassing van de overgangsregeling, waardoor de vrijstelling van toepassing bleef.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris. De Raad stelde vast dat de voorwaarden van de overgangsregeling niet vereisten dat de woningen volledig waren verkregen op 31 december 1991, maar dat de voortgang van de bouw voldoende was. De Hoge Raad wees ook het argument af dat de uitzondering van toepassing was omdat de woningen in 1992 werden voltooid.
De Hoge Raad besloot dat de aanslag terecht was verminderd en dat de vrijstelling van toepassing bleef. Er werden geen proceskosten aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vrijstelling vennootschapsbelasting op woningen in aanbouw van toepassing blijft.