ECLI:NL:HR:1999:AA2628
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid van aanslag inkomstenbelasting na emigratie
Belanghebbende, die eind 1990 naar de Verenigde Staten emigreerde, diende zijn aangifte inkomstenbelasting over 1991 te laat in. De Inspecteur verleende uitstel voor het indienen van het B-biljet, bedoeld voor binnenlandse belastingplichtigen, tot 1 november 1993. Later werd ook een C-biljet uitgereikt voor buitenlandse belastingplichtigen, met een andere uiterste indieningsdatum. De Inspecteur legde een aanslag op over het gehele jaar 1991, waarbij de vraag speelde of deze aanslag tijdig was opgelegd.
Het Hof oordeelde dat het uitstel voor het B-biljet ook van toepassing was op de aanslag over de periode van emigratie en dat het indienen van het C-biljet geen invloed had op de termijn. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de Inspecteur in redelijkheid pas met het opleggen van de aanslag kon beginnen nadat de termijn van het uitstel was verstreken. De Inspecteur was bovendien bevoegd om zonder uitreiking van het C-biljet een aanslag op te leggen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat de aanslag tijdig was opgelegd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aanslag tijdig was opgelegd.