ECLI:NL:HR:1999:AA2634
Hoge Raad
- Cassatie
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over gezamenlijke huishouding in bijstandsuitkering
X verzocht om een uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet, welke door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een afwijzing door de Arrondissementsrechtbank, bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing.
X stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat X en A in de periode van 27 augustus 1993 tot en met 18 oktober 1993 een gezamenlijke huishouding voerden zoals bedoeld in artikel 5a van de Algemene Bijstandswet (tekst tot 1 januari 1996). Dit oordeel werd niet onjuist bevonden en de cassatoire toetsing is beperkt volgens artikel 44 van Pro de Algemene Bijstandswet.
De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten. Het arrest werd op 3 februari 1999 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Pos, Beukenhorst en Monné.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X wordt verworpen en de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd.