ECLI:NL:HR:1999:AA2641
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij ontbreken schriftelijke overeenkomst economische eigendom
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd vanwege de verkrijging van de economische eigendom van een onroerende zaak. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat er wel een schriftelijke overeenkomst bestond die de levering van de economische eigendom omvatte.
De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever onder een schriftelijke overeenkomst een overeenkomst verstaat waarbij rechten en verplichtingen worden overgedragen, zodat het economische belang bij een onroerende zaak toekomt aan een ander dan de juridische eigenaar. De overeenkomst van 17/20 februari 1995 bracht dit niet mee, omdat het economische belang pas uit een nadere, niet schriftelijk vastgelegde overeenkomst voortvloeide.
Daarmee was de uitzonderingsbepaling in artikel V, lid 4, van de Wet van 18 december 1995 niet van toepassing. Het cassatieberoep faalde en de naheffingsaanslag bleef gehandhaafd. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en sprak het arrest uit op 20 januari 1999.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst tot levering van de economische eigendom.