ECLI:NL:HR:1999:AA2645
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid belastingrechter inzake loonbelastingtariefgroep
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor 1992, vastgesteld op een belastbaar inkomen van f 108.450,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. Een centraal geschilpunt was of de belastingrechter bevoegd was om te oordelen over de door belanghebbende verzochte tariefgroepswijziging van de loonbelasting.
Het Hof oordeelde dat dit niet tot de bevoegdheid van de belastingrechter behoort, maar tot die van de rechter die geschillen tussen werkgever en werknemer behandelt, in dit geval de Centrale Raad van Beroep. Belanghebbende stelde dat hierdoor het geschil aan geen enkele rechter kon worden voorgelegd, wat strijdig zou zijn met artikel 17 van Pro de Grondwet en het EVRM.
De Hoge Raad verwierp dit betoog. Zij stelde dat belanghebbende geen belang had bij een procedure over de inhouding van loonbelasting in december 1992, omdat de belastingrechter het ingehouden bedrag niet mag verhogen. Ook het beginsel dat een werknemer tegen een aanslag inkomstenbelasting niet kan aanvoeren dat zijn werkgever een hoger bedrag aan loonbelasting had moeten inhouden, werd bevestigd. Uitzonderingen op dit beginsel golden niet voor belanghebbende.
De Hoge Raad zag geen grond voor een andere beoordeling op basis van de Grondwet of het EVRM en verwierp het cassatieberoep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 20 januari 1999 uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Stoffer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de belastingrechter niet bevoegd is voor de tariefgroepswijziging loonbelasting.