ECLI:NL:HR:1999:AA2646
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrek buitengewone lasten bij co-ouderschap en kinderbijslag
Belanghebbende kreeg voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 75.607, welke na bezwaar werd verminderd tot f 71.551. Het Hof bevestigde deze aanslag. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De echtscheiding van belanghebbende en zijn echtgenote in 1994 leidde tot gezamenlijke ouderlijke macht en een regeling waarbij de kinderen ongeveer 30% van de tijd bij belanghebbende verbleven en 70% bij de echtgenote. Het Hof oordeelde dat de kinderen tot het huishouden van beide ouders behoorden en dat belanghebbende geen recht had op aftrek wegens buitengewone lasten.
De Hoge Raad stelde vast dat de zorg en het verblijf van de kinderen niet in gelijke mate waren verdeeld, waardoor de kinderen uitsluitend tot het huishouden van de moeder behoorden. Belanghebbende had wel recht op kinderbijslag, maar kon dat recht niet geldend maken. Op grond van de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet op de inkomstenbelasting 1964 had belanghebbende recht op aftrek van buitengewone lasten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, verlaagde de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 59.111 en veroordeelde de Staatssecretaris en Inspecteur in de proceskosten. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris het griffierecht aan belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 59.111 met toekenning van aftrek buitengewone lasten.