ECLI:NL:HR:1999:AA2654
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek giften voor religieuze uitgaven zonder aanwijsbare bevoordeelde
In deze zaak is aan erflaatster voor 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar en beroep bij het Hof is gehandhaafd op een belastbaar inkomen van f 94.379,--. De erfgenamen stelden in cassatie dat bepaalde uitgaven voor religieuze diensten thuis als aftrekbare giften moesten worden aangemerkt.
De Hoge Raad overweegt dat deze uitgaven niet gericht waren op een materiële bevoordeling uit vrijgevigheid van een aanwijsbare ontvanger, zoals vereist voor giftenaftrek op grond van artikel 47 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het hof heeft dit oordeel als feitelijk en niet onbegrijpelijk vastgesteld, en de Hoge Raad ziet geen reden dit te herzien.
Verder wijst de Hoge Raad het argument af dat de vermogensvermindering door religieuze belijdenis automatisch aftrekbaar zou zijn. Ook het verweer dat het hof buiten de rechtsstrijd trad, wordt verworpen omdat het hof juist de relevante feiten heeft betrokken.
Een beroep op ongelijke behandeling door andere belastingdiensten wordt niet in behandeling genomen omdat dit een feitelijke beoordeling vergt die in cassatie niet mogelijk is.
De Hoge Raad concludeert dat de uitgaven niet als giften aftrekbaar zijn, ongeacht de aard van de religieuze instelling, en verwerpt het cassatieberoep. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de uitgaven voor religieuze diensten thuis niet als aftrekbare giften gelden.