ECLI:NL:HR:1999:AA2660
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake inkomstenbelastingaanslag 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 215.654,--, waarvan ƒ 44.114,-- belast werd volgens artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden, dat de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verder verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 214.786,--, waarvan ƒ 174.347,-- belast werd volgens hetzelfde tarief. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden en verwees naar artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, waardoor geen nadere motivering nodig was. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd op 17 februari 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en het arrest van het Hof blijft in stand.