ECLI:NL:HR:1999:AA2666
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid overgangsregeling omzetbelasting bij tariefwijziging nieuwbouw ziekenhuis
Belanghebbende, exploitante van een ziekenhuis, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1987-1991. De Inspecteur had de aanslag ambtshalve verminderd, maar belanghebbende was het niet eens met de toepassing van artikel II, lid 5, van de Overgangsbepalingen 1988, omdat zij meende dat deze strijdig was met artikel 12 van Pro de Zesde Richtlijn.
Het Hof oordeelde dat lid 5 van de Overgangsbepalingen passend is binnen de bevoegdheid van de Lid-Staten om overgangsmaatregelen te treffen bij tariefswijzigingen, zoals toegestaan in artikel 12, lid 2, van de Zesde Richtlijn. Het Hof verwees daarbij naar de gelijkenis met andere overgangsregelingen voor onroerende zaken en leveringen onder terbeschikkingstelling van stoffen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad vond dat het Hof terecht de overgangsregeling passend had geoordeeld en dat de vergelijking met leveringen op grond van artikel 3, lid 1, onderdeel c, van de Wet op de omzetbelasting 1968 gerechtvaardigd was. Er waren geen gronden voor een veroordeling in proceskosten.
Het arrest werd op 17 februari 1999 door de Hoge Raad vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag wordt gehandhaafd conform de ambtshalve vermindering.