ECLI:NL:HR:1999:AA2668
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijkheid forfaitaire aftrek verblijfskosten buitenland in belastingaanslag
Belanghebbende was in 1992 tijdelijk werkzaam in de Verenigde Staten en bracht bij zijn aangifte inkomstenbelasting kosten voor verblijf in mindering. De Inspecteur beperkte deze aftrek op basis van een staatssecretariële resolutie die forfaitaire tarieven hanteert, afgeleid van VN-vergoedingen. Belanghebbende betoogde dat voor de stad Q, waar hij verbleef, geen passend tarief was vastgesteld, wat volgens hem onredelijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was.
Het Hof had het bezwaar van belanghebbende afgewezen en de aanslag gehandhaafd. In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat de regeling oorspronkelijk bedoeld was om bewijsproblemen te ondervangen en dat de forfaitaire regeling een redelijke en doelmatige administratieve vereenvoudiging biedt. Hoewel de regeling niet alle verschillen tussen steden vangt, is dit gerechtvaardigd en kan van de Staatssecretaris geen verdere differentiatie worden verlangd.
De Hoge Raad concludeerde dat er geen sprake is van een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling en verwierp het cassatieberoep. Tevens werden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1992 wordt bevestigd.