ECLI:NL:HR:1999:AA2670
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak over aftrekbaarheid verbouwingskosten bovenwoning
Aan erflater is voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam is bevestigd. Het geschil betreft de vraag of de gemaakte verbouwingskosten aan een bovenwoning geheel of gedeeltelijk aftrekbare onderhoudskosten zijn.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de verbouwingswerkzaamheden niet gericht waren op het in bruikbare staat houden van de bovenwoning en verwierp het standpunt dat de woning uit drie afzonderlijke wooneenheden bestond. Het Hof ging daarbij uit van een onjuiste rechtsopvatting door de verbouwingskosten niet correct te splitsen in onderhoudskosten en kosten van verbetering.
De Hoge Raad stelt dat bij verbouwingswerkzaamheden waarin zowel herstel als vernieuwing plaatsvindt, de kosten in principe moeten worden gesplitst, tenzij sprake is van een zodanig radicale vernieuwing dat er feitelijk nieuwbouw is. Het Hof heeft geen oordeel gegeven over de bouwkundige aard van de werkzaamheden, waardoor het arrest niet in stand kan blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en dient het griffierecht aan belanghebbenden te worden vergoed.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.