ECLI:NL:HR:1999:AA2675
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting na overdracht lijfrenterecht
In deze zaak ging het om een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 1987 die was opgelegd aan de erflaatster. De aanslag was verhoogd van een belastbaar inkomen van f 162.797 naar f 424.635. De erfgenamen kwamen hiertegen in beroep bij het Gerechtshof, dat de aanslag handhaafde. De Hoge Raad vernietigde eerder een eerdere uitspraak en verwees de zaak terug naar het Hof voor herbeoordeling.
Het Hof oordeelde dat fiscale motieven een belangrijke rol speelden bij het aangaan van de transactie waarbij een recht op lijfrentetermijnen werd overgedragen. De erfgenamen slaagden er niet in aannemelijk te maken dat niet-fiscale motieven in belangrijke mate meespeelden. De Hoge Raad bevestigde dat dit oordeel van feitelijke aard is en niet in cassatie kan worden getoetst.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de overdracht van het recht op vruchtgebruik als tegenprestatie kan worden beschouwd, maar dat dit niet betekent dat het gebruik van deze mogelijkheid altijd in overeenstemming is met de doel en strekking van de wet. De regeling inzake lijfrenten is niet bedoeld om belastingplichtigen in staat te stellen toekomstige dividenden om te zetten in onbelaste lijfrentetermijnen. De Hoge Raad verwierp het beroep en wees de navorderingsaanslag definitief toe.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1987.