ECLI:NL:HR:1999:AA2677
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffingsrente bij onduidelijke aangifte vennootschapsbelasting 1993
Stichting X te Z kreeg voor het jaar 1993 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een belastbaar bedrag van f 191.053,-- en een heffingsrente van f 1.251,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag en heffingsrente. Stichting X ging in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag en heffingsrente bevestigde.
Vervolgens stelde stichting X beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelde of het hof terecht heffingsrente had opgelegd omdat de stichting de juiste gegevens niet duidelijk genoeg in de aangifte had vermeld. Het hof had geoordeeld dat de splitsing tussen belaste en onbelaste activiteiten in de aangifte onvoldoende was toegelicht, waardoor de Inspecteur niet zonder nader onderzoek een voorlopige aanslag kon aanpassen.
De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel feitelijk van aard is en niet onbegrijpelijk, en verwierp het cassatieberoep. Ook achtte de Hoge Raad geen reden voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 10 februari 1999 uitgesproken door de vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Jansen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de heffingsrente wordt bevestigd.